
Onze huwelijksnacht, alleen wij twee
“Wanneer het feest verstomt, blijft over wat werkelijk telt: wij.”
De deur van hun hotelsuite viel zacht achter hen dicht.
Voor het eerst die dag waren ze helemaal alleen.
Geen gasten, geen fotograaf, geen muziek, geen planning.
Alleen Angeliqeu en Cilia.
Op het bed lagen rozenblaadjes.
Kaarslicht gaf de kamer een warme gloed.
Op een klein tafeltje stonden twee glazen en hun bruidsboeketten.
Cilia trok haar schoenen uit.
“Mijn voeten…” Angeliqeu begon te lachen.
“Dat is het eerste wat mijn kersverse echtgenote op onze huwelijksnacht tegen mij zegt?”
“Romantiek heeft grenzen.”
Ze lachten zo hard dat alle spanning van de dag ineens verdween.
Angeliqeu hielp Cilia voorzichtig met haar sluier.
Daarna maakte Cilia de sieraden van Angeliqeu los.
Stuk voor stuk, rustig.
Zoals ze elkaar zo vaak hadden geholpen met klaarmaken, hielpen ze elkaar nu de dag los te laten.
Hun jurken werden zorgvuldig opgehangen.
Hun make-up werd verwijderd.
En langzaam verdwenen niet alleen de uiterlijke tekenen van de bruiloft, maar ook alle drukte eromheen.
Wat overbleef waren gewoon zij twee, Cilia trok haar zachte bruidskamerjas aan.
Angeliqeu deed hetzelfde, ze gingen naast elkaar op het bed zitten.
“Mevrouw,” zei Cilia zacht, Angeliqeu glimlachte, daar is dat woord weer.
“Vind je het mooi?” als jij het zegt wel, Cilia pakte haar hand.
Hun trouwringen glinsterden naast elkaar.
“Vandaag heb ik je beloofd dat ik van je zal blijven houden.”
Angeliqeu keek haar aan, en?, ik wil dat niet alleen op bijzondere dagen doen.”
“Ik wil van je houden op maandagochtend, wanneer we moe zijn.
“Wanneer we ruzie hebben over wie de vaatwasser moet uitruimen.”
Angeliqeu lachte, jij.
Zie je? Ons eerste huwelijksconflict, ze vielen elkaar lachend in de armen.
Daarna werd het stil, Cilia streek zacht langs Angeliqeu’s wang, ik hou van je.
Angeliqeu sloot haar ogen bij de aanraking, ik ook van jou, hun kus was langzaam en teder.
Niet langer de kus van twee vrouwen die zich afvroegen waar hun liefde hen zou brengen.
Maar van twee vrouwen die elkaar die dag bewust hadden gekozen.
Ze bleven dicht tegen elkaar aan, praatten, kusten.
Lachten om kleine gebeurtenissen van de trouwdag.
En genoten van de rust en nabijheid die eindelijk over hen neerdaalde.
Later lag Angeliqeu met haar hoofd tegen Cilia’s schouder, hun handen lagen naast elkaar op het witte laken.
Twee trouwringen vingen het zachte licht van de kaarsen.
Was het zoals je had gedroomd?” vroeg Cilia, Angeliqeu dacht even na.
Nee, Cilia keek verbaasd, Nee?, het was mooier, waarom?.
Omdat ik vroeger droomde van een bruiloft, ze keek Cilia liefdevol aan, maar vandaag kreeg ik een huwelijk.
Cilia kuste haar voorhoofd, buiten sliep de stad, binnen doofden langzaam de laatste kaarsen.
En zo eindigde hun trouwdag niet met een groot gebaar, maar met iets veel kostbaarders:
twee vrouwen dicht bij elkaar, veilig in elkaars armen.
Wetend dat ze de volgende ochtend niet alleen als geliefden wakker zouden worden maar als echtgenotes.
