Samenwonen als geliefden

De eerste ochtend thuis voelde anders, niet omdat het huis veranderd was.
De meubels stonden nog op dezelfde plek. De foto’s van Parijs, Wenen en hun strandwandeling hingen nog altijd aan de muur.
In de keuken stond dezelfde schaal met fruit en op de vensterbank bloeiden dezelfde witte orchideeën, toch leek alles nieuw.
Angeliqeu werd wakker van het zachte ochtendlicht dat door de gordijnen viel. Een paar tellen bleef ze stil liggen.
Naast haar sliep Cilia, haar rossige haar lag los over het kussen.
Haar gezicht was ontspannen en op haar lippen lag een bijna onzichtbare glimlach.
Angeliqeu keek naar haar en voelde een warmte door zich heen trekken, dit was geen weekendje weg.
Geen bijzondere reis, geen avond die straks weer voorbij zou zijn, dit was hun gewone leven geworden.
Samen wakker worden, samen ontbijten, samen thuiskomen.
Ze schoof voorzichtig iets dichterbij en streek met haar vingertoppen een losse haarlok uit Cilia’s gezicht.
Cilia opende langzaam haar ogen, goedemorgen, fluisterde ze, goedemorgen, mijn lief.
Cilia glimlachte slaperig, heb je lang naar me gekeken?, misschien, waarom?.
Angeliqeu boog iets dichter naar haar toe.
Omdat ik nog steeds nauwelijks kan geloven dat jij hier iedere ochtend naast mij ligt.
Cilia legde haar hand tegen Angeliqeu’s wang, daar zul je aan moeten wennen.
Dat lijkt me een heerlijke gewoonte, hun lippen raakten elkaar in een zachte ochtendkus.
Niet haastig, niet vol spanning, maar warm en vertrouwd.
Alsof hun dag pas echt begon wanneer ze elkaar zo begroetten.
 
Hun eerste ochtendritueel
Beneden zette Angeliqeu koffie, Cilia opende de achterdeur en liet de frisse ochtendlucht binnen.
Ze droeg een zachte satijnen ochtendjas in oudroze. Angeliqeu had gekozen voor een crèmekleurige kamerjas met fijne kanten randen.
Cilia zette twee kopjes op tafel, volgens mij moeten we nieuwe gewoontes maken, Zoals?.
Zondagmorgen samen uitgebreid ontbijten, Angeliqeu knikte, en daarna rustig onze kleding voor de dag kiezen.
En elkaar helpen met de make-up, dat deden we al.
Ja, zei Cilia glimlachend, maar nu hoeven we daarna niet meer afscheid te nemen.
Dat ene zinnetje maakte Angeliqeu stil, ze liep om de tafel heen en sloeg haar armen om Cilia.
Dat vind ik misschien wel het allermooiste.
 
De kleedkamer
Na het ontbijt liepen ze samen naar hun favoriete kamer, de kleedkamer.
Het zachte licht rondom de spiegels brandde al, aan de ene kant hingen Angeliqeu’s klassieke jurken in marineblauw, groen en crème.
Aan de andere kant stonden Cilia’s warmere kleuren: bordeaux, lavendel, oudroze en ivoor.
Midden in de kamer lag een nieuwe doos, Cilia keek verrast, wat is dat?, een cadeautje.
Voor mij? voor ons, Angeliqeu opende de doos, daarin lagen twee satijnen kimono’s.
Eén diepblauw, eén zacht bordeauxrood, op de mouwen stonden hun initialen geborduurd.
Cilia streek met haar vingers over de stof, wat prachtig.
Ik dacht dat we iets moesten hebben wat echt bij ons nieuwe leven hoort.
Cilia keek haar liefdevol aan, dan dragen we ze vanavond. Angeliqeu glimlachte, afgesproken.
 
Samen klaarmaken
Ze namen naast elkaar plaats voor de spiegel, Cilia bracht voorzichtig de foundation van Angeliqeu aan.
Angeliqeu sloot haar ogen en genoot van de zachte aanraking van de kwast.
Niet bewegen, fluisterde Cilia, ik beweeg helemaal niet, je glimlacht, dat komt door jou, Cilia lachte zacht.
Daarna koos Angeliqeu een warme oogschaduw voor Cilia. Met aandacht bracht ze de kleur aan, gevolgd door een dun lijntje eyeliner.
Hun gezichten kwamen soms dicht bij elkaar, dicht genoeg om elkaars parfum te ruiken.
Dicht genoeg om elkaars adem te voelen, dicht genoeg om opnieuw te beseffen hoe vanzelfsprekend hun intimiteit was geworden.
Toen Angeliqeu klaar was, keek Cilia in de spiegel, wat vind je?.
Angeliqeu stond achter haar en legde haar handen op haar schouders.
Ik vind je prachtig, alleen mijn make-up?, Angeliqeu boog zich naar haar toe en fluisterde bij haar oor.
Alles aan jou, Cilia voelde een rilling over haar armen lopen.
Ze draaide zich om en gaf Angeliqeu een zachte kus, Dan ben ik klaar voor de dag.
 
De eerste gewone boodschappen
Hun eerste uitstapje als samenwonend stel was niet romantisch, geen galerie, geen restaurant.
Geen wandeling bij zonsondergang, ze gingen boodschappen doen, toch voelde zelfs dat bijzonder.
Ze liepen naast elkaar door de winkel, Angeliqeu hield het mandje vast.
Cilia legde er verse bloemen in, die stonden niet op het lijstje, bloemen horen altijd op het lijstje.
Daarna volgden thee, brood, fruit, geurkaarsen en een fles bruisend druivensap.
Bij het schap met chocolade keek Cilia naar Angeliqeu, eén reep?, twee, waarom twee?.
Omdat jij altijd zegt dat je niets wilt en daarna de helft van de mijne opeet.
Cilia schoot in de lach, je kent me nu al veel te goed, dat is het voordeel van samenwonen.
 
Een huis vol kleine sporen
In de weken die volgden ontstonden er overal kleine tekenen van hun gezamenlijke leven.
Twee parfums naast elkaar in de badkamer, twee paar hakken bij de trap.
Een handtas over de leuning van een stoel, nagellak op de salontafel, een briefje op de koelkast:
Vergeet niet dat ik van je hou,
Soms was het Angeliqeu die het schreef, Soms Cilia.
En geen van beiden vroeg ooit wie ermee begonnen was, hun liefde zat niet alleen meer in bijzondere momenten.
Ze zat in een kop thee die al klaarstond, in een deken die om de ander heen werd gelegd.
In een jurk die zorgvuldig werd opgehangen, In een compliment voor het slapengaan.
In een kus in het voorbijgaan.
 
De eerste avond thuis
Die avond trokken ze de nieuwe kimono’s aan. Angeliqeu in diepblauw, Cilia in bordeauxrood.
Ze staken kaarsen aan en zetten rustige muziek op.
Op tafel stonden aardbeien, chocolade en twee glazen bruisend druivensap.
Cilia ging dicht naast Angeliqeu op de bank zitten. voelt het al als thuis?.
Angeliqeu keek om zich heen, naar de foto’s. de kaarsen, de zachte kleding, en uiteindelijk naar Cilia.
Het voelde pas als thuis toen jij hier bleef, Cilia pakte haar hand, en hoe voelt het nu?.
Angeliqeu liet haar vingers langzaam tussen die van Cilia glijden, veilig en warm en een beetje spannend.
Cilia keek haar glimlachend aan, spannend?, Angeliqeu knikte.
Omdat ik nog steeds vlinders voel als jij me zo aankijkt, Cilia schoof dichterbij, hun knieën raakten elkaar.
Haar hand gleed rustig over Angeliqeu’s arm, dan zijn die vlinders wederzijds.
Ze kusten elkaar, eerst zacht, daarna langer, met meer vertrouwen dan voorheen.
Angeliqeu voelde hoe Cilia haar dichter tegen zich aantrok, niet dwingend, maar liefdevol.
Hun lichamen rustten tegen elkaar terwijl de muziek zacht verder speelde.
Voor een ogenblik leek de rest van de wereld niet meer te bestaan, er waren alleen hun ademhaling.
Hun warmte, de geur van parfum en het rustige verlangen dat groeide vanuit liefde.
Cilia streek met haar duim over Angeliqeu’s wang, gaat het goed?, Angeliqeu knikte.
Meer dan goed, zeg het als je wilt dat ik stop, Angeliqeu keek haar diep in de ogen.
En jij zegt het tegen mij, beloofd, die afspraak maakte hun nabijheid niet minder spannend.
Juist intiemer, want hun verlangen was gebouwd op vertrouwen, op aandacht.
Op de zekerheid dat geen van beiden iets hoefde te bewijzen, ze mochten alleen voelen.
En genieten van hoe dichtbij liefde hen had gebracht.
 
Samen de nacht in
Later stonden ze samen voor de spiegel in de slaapkamer, hun make-up was iets vervaagd.
Hun haar niet meer helemaal perfect, maar hun ogen straalden, Angeliqeu sloeg haar armen van achteren om Cilia heen.
In de spiegel ontmoetten hun blikken elkaar, zie je ons? vroeg Angeliqeu, Cilia knikte.
Twee vrouwen die eindelijk niet meer bang zijn voor hun geluk, Angeliqeu kuste zacht haar schouder.
En twee geliefden die nog een heel leven samen hebben, Cilia draaide zich om.
Kom, waarheen?, naar bed, Angeliqeu glimlachte, om te slapen?.
Cilia keek haar speels aan, uiteindelijk, ze liepen hand in hand naar het bed.
De kaars op het nachtkastje verspreidde een zachte gloed, buiten ritselde de wind door de bomen.
Binnen vonden Angeliqeu en Cilia elkaar opnieuw, in tedere aanrakingen.
In zachte woorden, in kussen die steeds minder aarzelend werden.
En in de veilige intimiteit van twee mensen die elkaar niet alleen begeerden, maar bovenal vertrouwden.
De rest van de nacht behoorde alleen aan hen, niet als een groot keerpunt.
Maar als een natuurlijke verdieping van hun liefde, een liefde waarin hun vrouwelijke kant volledig gezien mocht worden.
Waarin iedere aanraking zei, Je bent mooi, je bent veilig, je bent van harte geliefd.
 
De volgende ochtend werd Cilia wakker met haar hoofd tegen Angeliqeu’s schouder, de kamer was stil.
De eerste zonnestralen vielen over het bed, Cilia keek op, goedemorgen.
Angeliqeu opende haar ogen en glimlachte, goedemorgen, mijn liefde, heb je goed geslapen?.
Angeliqeu trok haar iets dichter tegen zich aan, naast jou slaap ik altijd goed, Cilia legde haar hand op Angeliqeu’s hart.
Dan blijven we nog even liggen, hoe lang?, tot de koffie zichzelf zet, Angeliqeu lachte, dat kan lang duren.”
Ze sloten hun ogen opnieuw, geen haast, geen plannen, alleen de warmte van samen zijn.
En terwijl buiten een nieuwe dag begon, wisten Angeliqeu en Cilia dat samenwonen niet betekende dat ieder moment bijzonder moest zijn.
Het betekende juist dat ze de gewone momenten bijzonder mochten maken, samen wakker worden.
Samen lachen, samen voor de spiegel staan en iedere dag opnieuw mogen voelen:
Dit is ons huis, Dit is onze liefde, Dit is ons leven.