
Regen tegen het raam
“Soms brengt een regenachtige dag twee harten dichter bij elkaar dan de zonnigste middag.”
De lucht kleurde donkergrijs toen de eerste regendruppels op het dak tikten.
Angeliqeu stond bij het keukenraam met een mok warme chocolademelk in haar handen.
Ze keek naar de tuin, waar de rozen glinsterden onder de regen.
Cilia kwam naast haar staan, het lijkt wel alsof de tuin een douche krijgt, Angeliqeu lachte.
En morgen staan alle bloemen er weer nog mooier bij, Cilia sloeg zacht haar arm om Angeliqeu heen.
“Net als wij.”
Een dag zonder plannen
Ze besloten nergens heen te gaan, geen winkel, geen restaurant, geen uitstapje, alleen een dag thuis.
Ze trokken allebei een heerlijk zacht vest aan en liepen op blote voeten door het huis, wat zullen we doen? vroeg Angeliqeu.
Cilia dacht even na, helemaal niets, ze schoten allebei in de lach, dat klinkt eigenlijk perfect.
Oude muziek
Angeliqeu zette een oude vinylplaat op, langzaam vulden rustige melodieën de woonkamer, Cilia sloot haar ogen.
Mijn moeder draaide deze muziek vroeger ook, wat bijzonder, dan voelt het alsof een stukje van vroeger even terugkomt.
Angeliqeu pakte haar hand, vertel eens over vroeger, en zo spraken ze urenlang, over jeugdherinneringen.
Over dromen, over onzekerheden, over de weg die hen uiteindelijk bij elkaar had gebracht.
Het voelde alsof ze elkaar opnieuw leerden kennen.
De geur van appeltaart
Plotseling zei Cilia: Ik heb zin om iets te bakken, Angeliqeu keek lachend op, dat dacht ik ook.
Samen maakten ze een ouderwetse appeltaart, de keuken vulde zich met de geur van kaneel, appels en vers deeg.
Af en toe gaf Angeliqeu een speels tikje bloem op Cilia’s neus, dat was gemeen, Nee hoor, je bent nu nóg mooier.
“Pas maar op.”
Even later zat ook Angeliqeu onder een klein wolkje bloem, hun gelach vulde het hele huis.
Stil geluk
Toen de taart uit de oven kwam, gingen ze samen voor het raam zitten, een warme deken, twee grote mokken thee.
Een stuk appeltaart, ze luisterden naar de regen, niemand sprak, toch voelde het alsof ze een heel gesprek voerden.
Angeliqeu keek naar buiten, weet je, ik dacht vroeger altijd dat geluk iets groots moest zijn.
En nu?, nu denk ik dat geluk precies dit is, jij, ik, ons huis.
En regen tegen het raam, Cilia kneep zacht in haar hand, meer heb ik eigenlijk niet nodig.
Een avond vol rust
Toen de avond viel, brandden opnieuw de kaarsen, ze kropen samen op de bank.
Een boek bleef ongeopend op tafel liggen, niemand voelde de behoefte om te lezen, de stilte was voldoende.
Angeliqeu legde haar hoofd tegen Cilia’s schouder, ik hoop dat we over twintig jaar nog steeds zo’n regenachtige dag samen kunnen beleven.
Cilia glimlachte, dat hoop ik niet, Angeliqeu keek verbaasd op, waarom niet?, omdat ik hoop dat we er dan al dertig jaar van hebben genoten.
Ze begonnen allebei te lachen, de regen tikte onverstoorbaar verder.
En ergens tussen de vallende druppels vonden twee vrouwen opnieuw het eenvoudige geluk dat alleen liefde kan geven.
