
Een nacht vol dromen
“Dromen worden mooier wanneer je ze samen deelt.”
Die avond zaten ze op een kleed in de tuin.
Boven hen fonkelden duizenden sterren.
Angeliqeu wees naar de Melkweg.
“Daarboven lijkt alles zo oneindig.”
“Net als onze dromen.”
Ze praatten over de toekomst.
Een reis naar Noorwegen om het noorderlicht te zien.
Een klein huisje aan zee.
Een atelier met grote ramen.
Een bibliotheek vol boeken.
Een tuin waarin altijd rozen bloeiden.
“En jij?” vroeg Angeliqeu.
“Waar droom jij het meest van?”
Cilia keek haar liefdevol aan.
“Dat we over twintig jaar nog steeds samen naar de sterren kijken.”
Angeliqeu glimlachte.
“Dan is dat vanaf vandaag ook mijn grootste droom.”
Ze bleven nog lang buiten zitten.
De nacht was stil.
Af en toe viel er een vallende ster.
Voor ieder lichtspoor deden ze een wens.
Geen wens voor rijkdom.
Geen wens voor succes.
Alleen de wens om samen gelukkig te blijven.
